hairstyle-280169_1920Iedereen die een beetje ervaring heeft met succesvolle en met mislukte verandertrajecten bij grote organisaties weet dat één van de belangrijkste kritische succesfactoren is ervoor zorgen dat alle activiteiten consistent hetzelfde doel ondersteunen. Anders wordt het niets. Het interessante is dat bij een populair onderwerp van dit moment, namelijk de flexibilisering van de arbeidsmarkt, dit niet of nauwelijks lijkt te gebeuren. Waarom niet?

Alle maatregelen die door de regering en het parlement worden genomen hebben als doel om de vaste kosten van bepaalde soorten personeel (vooral medewerkers) te verlagen. De veronderstelling is dat als je die kosten verlaagt, ondernemers ‘bijna automatisch’ meer mensen in dienst zullen nemen of meer mensen in dienst zullen houden. Los van het feit dat voor die neoliberale visie op de economie geen enkel bewijs te vinden is, sluit deze selectieve flexibilisering van de arbeidsmarkt totaal niet aan op het huidige, starre en op repressie gebaseerde systeem van werkeloosheidsuitkeringen in Nederland. Een observatie die o.a. terecht werd gemaakt bij de sessie met jonge mensen onlangs in De Zwijger van De Jonge Stedelingen in Amsterdam (zie hier).

Het probleem: het huidige systeem van werkeloosheidsuitkeringen is inflexibel.

Op het moment dat mensen op dit moment hun vaste baan verliezen, worden ze onmiddellijk onderdeel van een systeem dat vooral gericht is op ‘het voorkomen van fraude en misbruik’ en totaal niet op het mensen zo snel mogelijk flexibel aan het werk helpen. Het huidige systeem kent wel allerlei subsidiemogelijkheden voor werkgevers (allemaal weer gebaseerd op het idee dat het probleem de hoge loonkosten zijn), maar biedt nauwelijks mogelijkheden voor mensen die werkloos zijn om klussen of andere tijdelijke opdrachten aan te nemen zonder dat ze permanent een gedeelte van hun uitkering kwijt raken. Wat voorbeelden:

  1. Als je bijvoorbeeld een klus van drie dagen kunt doen, dan heeft dat permanente gevolgen voor de hoogte EN de duur van je uitkering.
  2. Als je een tijdelijke opdracht van twee maanden kunt doen, heeft dat permanente gevolgen voor de hoogte EN de duur van je uitkering.
  3. Als je bijvoorbeeld wat extra inkomen verdient met een micro-business (je tuiniert of je past op kinderen in de buurt of andere voorbeelden uit ‘Geld verdienen met jezelf), dan heeft dat permanente gevolgen voor de hoogte EN de duur van je uitkering.
  4. Als je vier weken achter elkaar twee dagen per week werkt en daarna een aantal maanden niet, u raadt het al, dan heeft dat permanente gevolgen voor de hoogte EN de duur van je uitkering. Tegelijkertijd worden mensen gedwongen om veel tijd te steken in het schrijven van zinloze brieven aan bedrijven die worden overspoeld met sollicitatiebrieven en die vaak niet eens de moeite nemen om een bericht van ontvangst te sturen.

De oplossing: flexibele uitkeringen.

Als je vindt dat flexibilisering van de arbeidsmarkt in Nederland de oplossing is voor de huidige werkeloosheid, dan moet je er dus voor zorgen dat alle wetten en regels daaromheen ook flexibel zijn. Inclusief de sociale uitkeringen. Hoe dan?

  1. Beloon werken, ook als is het onregelmatig en variabel.
  2. Zorg ervoor dat mensen hun rechten kunnen sparen en kunnen houden. Veronderstel dat je nog 36 maanden recht op WW hebt of zoals in de nieuwe regeling twaalf maanden, geef mensen dan de mogelijkheid die rechten op te sparen. Als je bijvoorbeeld een opdracht van vier maanden kunt krijgen, dan gaan die vier maanden gewoon van die twaalf maanden af en word je weer werkeloos, dan heb je nog die acht maanden met de hoogte van die uitkering ‘op de plank’ liggen.
  3. Laat mensen zonder dat dat gevolgen heeft voor de hoogte, maar vooral de duur van de uitkering gewoon bijvoorbeeld één of twee dagen per week kosteloos bijverdienen en andere mensen helpen en doe dat in alle gevallen waarin men tijdelijk werk aanneemt.
  4. Ontsla bepaalde groepen mensen die kansloos zijn op de huidige arbeidsmarkt van dat zinloze solliciteren op banen die er niet zijn, geef ze een basisinkomen en leer ze ondernemen en stapelen als dat kan.
  5. Investeer het geld dat nu in zinloze fraudebestrijding wordt gestopt in om- en bijscholing enn in permamente educatie van mensen die nog wel een kans hebben om een nieuwe baan te vinden en leer ze hun eigen broek op te houden.
  6. Geef mensen die weinig kans op een vaste baan hebben geld en advies om een of meer eigen micro-businesses te beginnen en beloon ze ervoor als dat lukt.
  7. Voer een doelgroepgerichte politiek met gerichte maatregelen en activiteiten ipv de huidige shotgun-marketing benadering.

En wat het allerbelangrijkste is:

Verander het systeem van alles gericht zijn op ‘een vaste baan’ naar ‘het doen van zinvol werk’, betaald of onbetaald, dat bij mensen past. Er zullen steeds minder vaste banen zijn door verregaande automatisering en door delokalisatie van steeds meer activiteiten (behalve ‘management’). Maar er is genoeg werk als je goed om je heen kijkt. Leer mensen met een uitkering dus fulltime of in deeltijd ondernemen en in hun eigen levensonderhoud te voorzien, ‘hun eigen broek op te houden’, als alternatief voor de traditionele vaste baan.

Conclusie

Om de kans op werk in welke vorm dan ook voor grote groepen mensen zonder vaste baan te vergroten, is het verstandig om een systeem van flexibele uitkeringen en ondersteuning in te richten zodat meer mensen aan het werk komen, ook al vinden ze geen vaste baan. Beloon mensen voor werken in welke vorm dan ook, ondersteun ze met opleidingen en advies op maat en geef een basisinkomen aan mensen die objectief gezien kansloos zijn.

Nog een prettige dag,
Tony de Bree